Nascholing

Training Systeemgericht werken

Systeemgericht werken is een belangrijke trend in de hulpverlening. “Wat het systeem zelf kan, moet het systeem zelf doen…” Maar de realiteit is vaak dat het systeem dat niet, of nog niet doet. Óf vast zit in niet werkende patronen. En daar start onze taak!

Wat is de inhoud van deze nascholing?

De drie elementen

De nieuwe trend in hulpverlenen is: eerst kijken wat het netwerk kan bieden. Hulpverleners moeten van een individueel gerichte aanpak omschakelen naar een syteem- en netwerkgerichte manier van werken. Dat vraagt andere vaardigheden en een nieuwe manier van kijken. In deze nascholing bieden we een basistraining, een verdiepingstraining en een specialisatie “Systeemgericht werken bij vechtscheidingen”. Deze drie elementen zijn los afneembaar. Je leert onder andere:

  • De stap van individueel gericht werken naar systeem- en netwerkgericht werken te maken.
  • Omgaan met weerstand: Mijn partner/kind(eren)/netwerk willen niet komen.
  • Effectief interactiepatronen beïnvloeden.
  • Werken met de kwetsbaarheidscyclus.
  • Werken aan de-escalatie.

SKJ en Registerplein geaccrediteerd.

Nascholingen zijn altijd incompany.

Als basis voor deze training hebben wij de vraag gesteld: wat heeft een hulpverlener nodig om niet alleen systeemgerichte interventies te kunnen doen (vaardigheden), maar om vooral een systeemgerichte visie en kijk op problemen te ontwikkelen.

Aangezien veel professionals een redelijk individueel gerichte opleiding hebben gevolgd, zal er in de training vooral gewerkt worden aan het ontwikkelen van een systeemgerichte manier van denken en kijken.            De manier waarop de training is opgezet is uiterst praktisch.

Verdere informatie

Wat leer je tijdens deze nascholing?

De basis van systeemgericht werken is het feit dat problemen nooit op zichzelf staan. Problemen, zelfs als we ze individueel labelen, vinden altijd plaats in een context. En deze context heeft geen antwoorden meer voor handen (is vaak zelf ook machteloos en levert de cliënt uit aan de hulpverlening). Vaak gaat de hulpverlener individueel aan de slag en verdwijnt de omgeving uit beeld.

Bij welk probleem dan ook kunnen we echter drie problemen onderscheiden:

  1. Het probleem van de aangemelde patiënt (de symptoomdrager).
  2. Het probleem van de omgeving die niet weet hoe ze de symptoomdrager moeten helpen.
  3. Het probleem van de interactie tussen de symptoomdrager en de omgeving die veelal het
    probleem versterkt.

Hulpverleners die deze drie problemen niet in het oog hebben, lopen het risico vast te lopen in de begeleiding van het eerste probleem. Ze krijgen een eenzijdig beeld van het probleem en van de factoren die dit probleem beïnvloeden. Ze zijn door hun individuele manier van werken ook niet instaat de omgeving te beïnvloeden. Toch is het juist de omgeving die de cliënt het meest kan beïnvloeden, ten positieve, maar ook ten negatieve.

Het in kaart brengen van deze invloed en het versterken en het doorbreken van negatieve interactiepatronen, is een belangrijk doel van systeemgericht werken.
Het leren zien van deze drie problemen is een belangrijk onderdeel van de training.

Wanneer hulpverleners individueel werken lopen ze een tweede risico, namelijk dat ze terecht komen in een complementair patroon van reageren op de cliënt. Als voorbeeld: Een kwetsbaar kind zal zorg van ouders vragen en zorg en bescherming van hen krijgen. Wanneer dit kind in een hulpverleningstraject individueel gezien wordt, zal het zich ook hulpbehoevend opstellen t.a.v. de hulpverlener. Aangezien bescherming en hulpbehoevendheid complementaire reacties zijn en veel hulpverleners zorgend ingesteld zijn is de valkuil zeer groot aanwezig dat de hulpverlener in dezelfde rol als het systeem terecht komt.

Wanneer de hulpverlener meer oog leert krijgen voor dit soort relationele patronen in gezinnen en met deze patronen leert te werken, dan wordt zijn effect groter en de genoemde valkuil kleiner.

Het blijkt dat veel hulpverleners deze manier van systeemgericht kijken snel in de vingers hebben. Maar dat brengt hen wel bij het volgende dilemma namelijk dat dit een andere manier van interveniëren vraagt.

Waar je in een individuele begeleiding de focus bijna altijd legt op probleem 1, zal een systeemgericht werkende hulpverlener de aandacht juist verleggen naar vooral probleem 3. Dit werken met het systeem vraagt andere vaardigheden.

Om doelgericht en effectief te kunnen werken is het van belang dat de hulpverlener zicht krijgt op de interacties binnen de relatie en het gezin. Welke interacties veroorzaken en beïnvloeden het probleemgedrag/ de problematische gezinssituatie en welke helpen om het probleemgedrag te beheersen?

Juist in gezinnen met problemen is het van belang dat de hulpverlener leert om op een doelgerichte manier het hele systeem te beïnvloeden. Waar liggen de krachten, de mogelijkheden en hoe gaan we met blokkades om?

Uit de praktijk blijkt vaak dat hulpverleners wel systeemgericht willen werken, maar vaak maar met delen van het systeem werken. Vaak met de aangemelde patiënt, één partner, alleen de ouders, alleen het kind. Ook dan blijkt vaak dat er individueel gericht geïntervenieerd wordt, in plaats van interactiegericht. Juist dat laatste, het samenspel van interacties van de partners en gezinsleden is van groot belang in het interveniëren en beïnvloeden door de hulpverlener.

Wat is de opbouw van deze nascholing?

Deze training is bestaat uit 6 dagdelen. De dagdelen zijn op maat afneembaar naar behoefte van het team. Daarnaast is er ook een specialisatiemogelijkheid.

Dagdeel 1: Relationele patronen in systemen – oorsprong van de problemen

  • Basiskennis over systeemgericht werken: houding en vaardigheden.
  • Onderscheid tussen het 1e, 2e en 3e probleem en het risico van werken met een deel van het
    systeem.

Dagdeel 2: Relationele patronen in systemen – het basisprobleem en een kijkje in de spiegel

  • Basistheorie over oorsprong van problemen in systemen: Evenwicht tussen de basisbehoeften autonomie en verbondenheid. Een verstoring leidt tot problemen en uiteindelijk een crisis. Hoe beïnvloed je deze behoeften?

Dagdeel 3: Relationele patronen – Wat zit er onder het symptoom?

  • Toegestane en niet toegestane delen en symptomen
  • Oefenen met (systemische) diagnostiek en het innemen van een persoonlijke positie.

Dagdeel 4: Superluisteren 

  • Als je in een groep/systeem stapt, stapt de groep en de groepsdynamiek in jou. 
  • Je hebt hierdoor een extra instrument, namelijk je "inner sense device" waarmee je kunt interveniëren.

Dagdeel 5: Patronen:

  • Oog krijgen voor patronen in systemen en voor parallelle processen in de hulpverlening?
  • Oog krijgen voor de eigen sterke en zwakke krachten.
  • Hoe constateer je ineffectieve patronen en kun je deze ombuigen in positieve krachten?
  • Van patroon naar nieuwe interactie.

Dagdeel 6: Werken in de driehoek tussen hulpvrager, systeem en jij als professional

  • Werken in de driehoek tussen cliënt, naastbetrokkenen en hulpverlener
  • Hoe gebruik je jezelf als beroepspersoon om een persoonlijk voorbeeld te zijn voor wat er
    nodig is?
  • Het gebruik van de complete boodschap (verbindend communiceren).
Waar is deze nascholing geaccrediteerd?

SKJ: 210798

Basismodule
26,25 punten

Specialisatiemodule
17,50 punten

Registerplein 428804

Basismodule:
46,50 punten

Wanneer zijn de lesdagen?

Het is een incompany training, de dagen worden in overleg ingepland.

Wat zijn de kosten?

De kosten voor deze training bedragen €1450,- per dag (er wordt geen btw gerekend) exclusief reiskosten en studiematerialen.
De training kan ook in dagdelen gegeven worden. De kosten per dagdeel bedragen €750,-

Nascholingen worden incompany gegeven.

Specialisatie systeemgericht werken bij vechtscheidingen

Dag 1: Patronen in gezinnen waarbij er sprake is van een vechtscheiding

  • Inzicht in de patronen rond een vechtscheiding.
  • Circulaire processen herkennen
  • Zicht krijgen op de onderliggende kwetsbaarheid en coping mechanismen.
  • Leren werken met de kwetsbaarheidscyclus.
  • Bespreekbaar maken van eigen wensen en grenzen en daarmee een voorbeeld (modeling) voor een ander te zijn.

Dag 2: Doorbreken van de patronen

  • Herkennen van hechtingsstijlen en de invloed op de patronen.
  • Leren bespreken van de hechtingsstijlen.
  • Werken aan onthechten als partners.
  • Vergroten van methodische vaardigheden met betrekking tot:
    • De-escalatiw
    •  Toewerken naar vernieuwde samenwerking, als ex-partners/ouders.
  • Leren bespreekbaar maken welk effect de escalatie van de ander heeft op eigen handelen en functioneren. Dit op zodanige wijze dat er uitnodigende, de-escalerende en veilige basis kan ontstaan voor zichzelf en de ander