Beperking

Ik ben de nieuwe columnist van Kintakt. Om u te dienen. Nu heb ik me nog nooit toegelegd op deze kunde, dus ik ben er eens over na gaan denken. Want wat is nu een columnist, volgens mij?

Ten eerste is een columnist een vrije vogel, die over veel onderwerpen wel iets weet te zeggen. Dat doet -ie vaak vanuit verrassende perspectieven. Hij is een onaangepast type. En toch heeft hij zich ontwikkeld. Een columnist heeft iets met taal en weet zich dus ook verbaal wel een weg. En daarmee heb ik meteen een korte omschrijving gegeven van wie ik ben.

En nu ga ik eens lekker generaliseren, want ik denk namelijk dat mensen met een grote liefde voor taal zo zijn geworden, omdat ze onthand zijn met mensen. Ze denken dan: gelukkig heb ik nog een boek.
Zo iemand ken ik. De man is zeer gecharmeerd van boeken en van andere media. Hij kijkt dvd’s, luistert radio-programma’s, goochelt op internet dat het een lieve lust is. En dat is het voor hem ook.
Maar hij heeft thuis geen internetverbinding en geen televisie-aansluiting. Hij ziet er zozeer tegenop om dat te regelen, dat hij het gewoonweg niet doet. Dus hij verzamelt kennis binnen de beperkte levensruimte die hij zichzelf verleent.

Wat daar aan de hand is, dat is het volgende. Zijn beperking levert hem
iets op, namelijk zijn uitgesproken voorkeur voor alles waar ‘een verhaal in zit’. Hij is héérlijk belezen; in zijn woonkamer ontspinnen zich regelmatig boeiende conversaties, waarin hij het woord voert en ik ‘huhum’ en ‘ja, joh’ zeg. Ik geniet er echt van. Weinig mensen, die ik ontmoet, kunnen zo boeiend spreken (want dit noem ik geen ‘praten’ meer) als hij.
Aan de andere kant, hij heeft toch echt een beperking; er staat een perkje om hem heen. Een computer en televisie heeft hij namelijk wel in huis, maar hij moet de deur uit om, op een plek, waar hij zich nog net op zijn gemak voelt, het world wide web op te kunnen gaan.

Een groot gemis is ook nog eens het geringe contact dat hij heeft met de mensen om hem heen. Hij kan me nauwelijks verhalen vertellen, die hij zelf beleefd heeft. En dat is schrijnend.
Zijn beperking levert hem een zeldzame verrijking op. Ik noem het ‘zeldzaam’, want veel mensen kunnen zich niet verdiepen in de pillen van boeken die hij leest en zeker niet in zo’n hoog tempo.
Hij bezit dus een schat aan kennis. Die kennis bezit hij en dat is fijn voor hem.
Maar het ligt daar opgeslagen in de krochten van zijn hersens en hij deelt die kennis met mij, maar ik ben wel de enige. Hij kent niet het plezier van het veelvuldig delen van
wetenswaardigheden met anderen. En hij weet wat hij mist. Daar heeft hij ook wel verdriet om. Dus zijn beperking levert hem een verrijking op, maar daarin loopt hij nog steeds tegen diezelfde beperkingen aan. Hij staat toch weer voor diezelfde deur. En die deur zit op slot.

Hij heeft zich door die zeldzame verrijking opgewerkt tot een uitstekende causeur. Veel mensen zouden geïnteresseerd zijn in hem, maar ja… die mensen zullen hem niet ontmoeten. Tot nu toe niet.
En dan denk ik toch aan tal van geniale, verstrooide mannen, die zich wél hebben laten kennen aan het publiek. Ik noem zomaar een aantal namen: Godfried Bomans, Ischa Meijer, Jannes van der Wal, Boudewijn Buch. Waren zij normaal? Nou, nee.
Er mankeerde zo hier en daar wel wat aan bij deze mannen. En toch is het hen op de één of andere manier wel gelukt om tot het grote publiek door te dringen.
Ik ga me niet afvragen waarom mijn kennis niet beroemd is geworden en zij wel. Maar ik zie geniale mensen, die zich afsluiten voor de samenleving. Of… ik zie een samenleving, die zich afsluit voor geniale mensen.
Maar toch blijf ik erbij, dat mensen met joekels van beperkingen tot veel in staat zijn.

ARIE BAKKER

Share This