De eigen dood

De mooie bijdrage van Dio van Mastrigt over leven en dood (zie de column in deze aflevering van Kintakt) was mede aanleiding tot deze boekbespreking.

Niet alleen ‘de angst voor de dood’ maar ook ik ging op ziekenbezoek bij onze columnist, toen ik hoorde van zijn ziekzijn. Vanaf zijn ziekbed vertelde hij dat veel mensen van hem wilden weten wat je nou eigenlijk voelt als je een hartinfarct doormaakt. Hij kon daarover alleen maar een beetje stamelen. Hij antwoordde dan in de trant van: ‘Het is alsof iets je van binnenuit wurgt’. Maar hij voegde daar onmiddellijk aan toe dat als je werkelijk een goed antwoord op die onmogelijke vraag wilde krijgen je enige moeite zou moeten doen; je zou dan een boekje moeten lezen. Hij noemde mij de titel van dat boekje. Ik kocht het, las het en kreeg antwoord op die onmogelijke vraag, hoewel ik ze niet aan hem gesteld had. Er zijn bij mijn weten twee schrijvers die op een onvergetelijke wijze geschreven hebben over de eigen dood. Dat zijn Karel van het Reve, Nederlands slavist, hoogleraar, schrijver en PC-Hooftprijswinnaar en de Hongaarse schrijver Péter Nádas. De laatste heeft over dat onderwerp een tekst afgeleverd die eigenlijk iedereen, maar zeker elke hulpverlener zou moeten lezen en telkens weer zou moeten herlezen. Nádas kreeg een aantal jaren geleden op straat een hartinfarct. Die gebeurtenis maakte hem niet bang, maar nieuwsgierig. Hij onderzocht die grenservaring tot op het bot om de betekenis ervan voor zijn leven volledig te begrijpen. In De eigen dood doet hij verslag van het krijgen van zijn hartinfarct en de daarmee gepaard gaande bijna-dood-ervaring. Verwacht bij hem geen pathetiek. Zijn kleine verslag (zijn tekst beslaat slechts 63 pagina’s) is zeer precies getypeerd als ‘een vertelling van het ontzaglijke en tegelijkertijd alledaagse’. ‘Toen ik wakker werd voelde ik al dat niets was zoals het moest zijn, maar ik had veel te doen in de stad, dus ik ging’, zo begint zijn verslag. ‘Het is prachtig weer, verzekerde ik mezelf, maar mijn lichaam sprak me tegen. Waar het kon, nam ik de schaduwzijde van de straat’, gaat het dan verder. Als hij merkt dat het is ‘alsof zijn knieën en enkels niet meer de kracht hebben hem in beweging te brengen’, noteert hij: ëEen mens heeft van de processen die zich in het eigen organisme voltrekken geen flauw benul. Hoezo kon ik niet verder lopen, ik begreep het niet, ik was toch niet bewusteloos. Men ziet duidelijk dat alles niet tot een oorzaak te herleiden is. Dan dus maar liever doen alsof alles volmaakt in orde is. De patronen volgen die door opvoeding zijn aan

geleerd en vol overtuiging de realiteit van de eigen situatie negeren. Ondertussen kritisch wikken en wegen tussen mogelijke oorzaken. Maar het was allemaal te complex. Het probleem was dat ik het warm had en dat ik zweette. Dat ik niet in staat was mijn innerlijke en uiterlijke complicaties te ontwarren. Er zijn oorzaken die zÛ pijnlijk zijn, dat je ze in overeenstemming met de regels van de innerlijke monoloog zelfs voor jezelf niet zou durven aanwijzen, waardoor je ook de oorzakelijk samenhang niet kan doorzien. De laatste tijd heb ik veel te veel gewerkt, zeg je, ik ben kapot. Of ben je wellicht zo mateloos aan het zweten, vraag je je af, omdat je weer eens walgt van alles en iedereen. Je verschuilt je achter uitdrukkingen die anderen ook bezigen en die je uit en te na kentí. Even later: ‘ ‘de pijn werd op de voet gevolgd door een donkere, onbekende angst. Onafwendbaar, als de nevel in de winter. De angst fluisterde: dit loopt niet goed af, Nieuwsgierig keek ik in zijn starende ogen, ik zag dat het de angst was van het lichaam, niet de mijne, niet die van de ziel, dit is dus doodsangst. Nu kon ik het onderscheid maken tussen de eigenschappen van mijn ik en de eigenschappen van mijn lichaam’. Het ergste moet dan nog komen. Nádas is door literaire critici wel een obsessieve kijker en een zuiver denkend schrijver genoemd. Bij hem lijken waarnemen en verwerken (herinneren, noteren en analyseren) volmaakt samen te vallen. En dat heeft een schitterend document-humain van grote betekenis opgeleverd. De eigen dood is een boek waaruit ik eigenlijk het liefst alleen maar zou willen citeren om te laten zien wat een voortreffelijke schrijver Nádas eigenlijk is. Hij schrijft zo treffend en dwingend over dát waarover zo moeilijk te spreken en te schrijven valt dat je er gewoon paf van staat. Werkelijk, een verbluffende leeservaring!

JO JANSSEN

 

Péter Nádas: De eigen dood

Vertaald uit het Hongaars door Rob Visser

Uitgeverij: Van Gennip; 63 pagina’s

Prijs: €9,90

ISBN: 90 5515 526 8

Share This