Voorspreken bij een groot hart en een mond vol tanden

Soms is er geen sprake van gebrek aan moed of bereidheid, maar heeft een cliënt simpelweg de woorden niet. Wanneer doorvragen niet werkt, is VOORSPREKEN een snelle manier om het gesprek te verdiepen. Je spreekt dan als hulpverlener alleen die woorden die je tussen de regels door hoort en ziet. Je vertaalt het non-verbale gedrag van de cliënt in woorden. Het gaat dus sec om woorden te geven aan de positie die de persoon op dat moment heeft. Om dit duidelijk te maken gebruik ik weer een voorbeeld uit mijn praktijk:

De veertigers Marga en Rik hebben een jarenlange kinderwens. Elke keer als Marga ongesteld is geworden, gaat dit gepaard met veel verdriet. Ze doorbreekt haar zwijg- en eenzaamheid door haar verdriet te delen.

Riks reactie luidt: “Dat doe je jezelf aan.”

‘Gewond’ trekt Marga zich anderhalve maand terug. Ze wil uit haar isolement komen en zegt daarom in ons eerste gesprek tegen Rik:

Marga: “Ik sprak de afgelopen anderhalve maand niet met je, omdat je reactie me heel veel pijn heeft gedaan. Ik durf niet meer zoiets te zeggen.”

Rik: “Je moet je pijn niet delen. Pijn verwerk je sneller alleen. Als je het deelt, loop je risico meer pijn te krijgen, zoals je nu weer ziet.”

Marga: “Ik voel me zo alleen als ik hier niet over spreek en ik voel me heel verdrietig als ik zoiets belangrijks niet met jou kan bespreken. Ik wil dat wél!”

Toen ik Rik vroeg om Marga een reactie te geven op haar eerste reactie, bleef hij stil en zei hij uiteindelijk: “Het enige wat ik kan bedenken is een verwijt en dat kan ik maar beter voor me houden, heb ik net geleerd. Maar ik weet niet wat ik anders moet zeggen tegen je.”

Dit is een uitnodiging om Rik te helpen, om woorden te spreken die hij nog niet eerder heeft uitgesproken, maar die te lezen vallen uit zijn non-verbale gedrag. In plaats van Rik allerlei vragen te stellen spreek ik voor, terwijl ik hem aankijk:

Hulpverlener: Ik zie dat je pijn hebt en dat ik je door mijn reactie nog meer verdriet heb gedaan. Dat is niet wat ik wil.

Ik houd het zo kort en simpel mogelijk om te voorkomen dat ik woorden gebruik die niet bij Rik passen. Ook laat ik de ‘ik houd van je’ weg, omdat hij zijn liefde al laat horen doordat hij haar pijn ziet en benoemt. Als ik nu niet zou zien dat Rik oog heeft voor de pijn van zijn vrouw, zou ik niet het bovenstaande hebben gezegd, maar zoiets als: “Je zegt dat je pijn hebt en ik geloof je ook, maar ik kan het niet zien. Ik begrijp je niet en dat maakt me boos en verdrietig, omdat ik je zo graag wil begrijpen. Ik voel me een waardeloze partner.” Maar hij zag het wel dus het gesprek ging als volgt verder…

Rik: Het is zo simpel.

Deze reactie was voor mij het teken dat hij zich in de voorgesproken woorden herkent en daarmee beschouw ik de woorden als door hem uitgesproken.

Hulpverlener: Zou je willen reageren op wat Rik jou heeft gezegd?

Marga: Dan moet ik eerst weten of het zijn woorden zijn.

Hulpverlener: Die eigenwijze hark zou toch al lang geprotesteerd hebben als hij het er niet mee eens zou zijn. Kijk naar hem!

Rik knikt naar Marga.

Marga: Ha, ha. Je hebt gelijk.

Marga (tegen Rik na een korte stilte, waarin het lijkt alsof ze de gesproken woorden nog een keer terugluistert): Ik vind het heerlijk om dit te horen Rik. Om erkenning te krijgen.

Zoals ik in mijn vorige blog duidelijk heb gemaakt, kijk je niet naar degene voor wie de boodschap bedoeld is.  Ik kijk naar Rik, niet naar Marga.  Daardoor blijft het een gesprek tussen hen. Daarnaast is het van essentieel belang dat je niet verbaal vraagt of het klopt, omdat dan de aandacht naar jou gaat, waardoor de kracht van de interventie verdwijnt. Ik bepleit hier niet om het controleren of je goed zit achterwege te laten, maar het al dan niet goed zitten zal blijken uit de reactie van je cliënten.

Ik zie dat Rik nog spreekt vanuit de ideeën waar hij altijd naar heeft geleefd, maar tegelijkertijd weet ik dat hij ook ‘nieuw’ gedrag vertoont. Zo heeft Rik, na de begrafenis van een neefje van vijf jaar, Marga omarmd en hebben ze voor het eerst samen gehuild om het verlies van hun eigen twee maanden oude kindje, dat twee jaar geleden is overleden. Terwijl ik op mijn eigen stoel zit en Rik aankijk, zeg ik (tegen Marga):

Hulpverlener: “Voor mij ben jij de enige plek op aarde, waarbij ik durf te oefenen met zoiets engs als mijn gevoel te delen.”

Het echtpaar kijkt elkaar aan, Rik knikt. Zijn knik maakt dat het zíjn woorden zijn geworden en pas op dàt moment laat Marga de boodschap bij haar binnenkomen. Het raakt haar omdat deze her-etikettering volledig ingaat tegen de eenzame realiteit die Marga binnen hun relatie ervaart. De ontmoeting in Marga tussen haar door pijn doordrenkte perceptie en de voorspreekzin, leidt tot een perceptie met meer en juister oog voor Rik, haar pijn en hun relatie.

In deze blog komen twee momenten voor dat ik Rik de voorspreekzin niet in zijn eigen woorden laat zeggen, terwijl Marga daar duidelijk en begrijpelijk behoefte aan heeft.  Voor mij is voorspreken een manier om iemand in zijn eigen positie te brengen, zodat je cliënten vervolgens een nieuwe verbindende ervaring hebben met elkaar.  Door deze ervaring heeft Rik een duidelijke verbinding met zijn eigen positie en in de vier gesprekken die volgden heb ik niet één keer meer voorgesproken. Hij heeft nu zijn eigen woorden en armen klaar voor zijn partner.  😉

Schrijf hieronder wat jij vindt van VOORSPREKEN. Is dit iets wat jij doet of zou willen doen? Heb jij een inzicht dat zinvol is voor ons om te weten? Deel het hieronder, zodat andere lezers hier hun voordeel mee kunnen doen!!!

Share This