Alleen met het hart kun je goed zien

Auteur: Linda Riemsdijk
‘Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien.’, zegt de vos tegen de kleine prins in het sprookje van Antoine de Saint-Exupéry.

Eigenlijk is dit de kern van de aanpak van het geven van hechtingsgerichte gezinstherapie zoals ik in mijn vorige blog omschreef.

In het boek hechtingsgerichte gezinstherapie van D. Hughes kwam ik een prachtig voorwoord tegen van dr. A. Vinke. Zij beschrijft daar op een prachtige manier het werken met gezinnen. Graag deel ik een aantal van haar inzichten met jullie waarbij ik ze toepas op mijn werk:
“Niet alles is zichtbaar met het blote oog. Wat wel zichtbaar is, is gedrag van kinderen. Decennia lang hebben professionals zich op het gedrag gericht en protocollen ontwikkelt om ongewenst gedrag om te buigen in gewenst gedrag, met wisselend succes. En dat doen we nog steeds. Ook ouders doen dit veel. Het is vaak de aanleiding waarmee ze bij je komen.”
In mijn gezinstherapie werk ik met ouders en kinderen, waarbij ik altijd bij de ouders begin. Ik stel de relatie centraal, zowel de therapeutische relatie tussen ouders, kind en therapeut als de ouder-kindrelatie. Zo kies ik ervoor het onzichtbare (wat onder het gedrag ligt) zichtbaar te maken en bouw ik met hen aan een nieuwe, stevige basis tussen ouder en kind.

Zo snel mogelijk, in het hier-en-nu probeer ik ouders mee te nemen naar dat wat ik beschreef als het gedeelte van de ijsschots onder water in mijn vorige blog. Naar dat diepere, niet zichtbare niveau.

Samen met ouders zoek ik naar die betekenis in het hier-en-nu. Daarbij kijk ik of het echt nodig is zo te doen als ouders altijd hebben gedaan: heel vaak blijkt dat niet meer nodig. Zo worden aan emoties en gedrag, gekoppeld aan ervaringen binnen de interactie tussen ouder en kind, maar ook tussen de therapeut en ouder/kind een nieuwe betekenis gegeven.

Hoe ik met ouders wil, en jullie wil leren werken, is gestoeld op de overtuiging dat ouders in wezen van betekenis willen zijn voor hun kinderen. Dat lukt niet altijd vanzelf, maar dan kan deze aanpak ouders en kinderen helpen om wel weer samen plezier te ervaren.

Hechting kan hierin een belemmerende factor zijn. Wanneer er hechtingsproblemen zijn en de veiligheid, dus ook in de therapie, is niet gewaarborgd, zal een kind/volwassene niet open staan voor nieuwe ervaringen of informatie. De cliënt is op haar hoede. Zal waakzaam zijn voor gevaar. Dat is nou eenmaal hoe het werkt in ons brein. Je kunt je voorstellen dat wanneer je moet ‘overleven’ er geen ruimte is om iets nieuws te leren.

Net zoals een kind dat zijn ouder nodig heeft voor het ontwikkelen van veilige hechting, heeft de cliënt de therapeut nodig om te helpen in het reguleren van emoties en stress. In gezinstherapie kan de therapeut de ouders helpen dit weer zelf voor hun kind te kunnen betekenen.

Wanneer de therapeut kan resoneren op dezelfde frequentie als waar de cliënt zich op bevindt. Aanvullend zijn in de symfonie die zich afspeelt.  Zal zij zich gezien, gehoord en erkend voelen. Zal er meer veiligheid in de sessie en in het lichaam van de cliënt ontstaan, waardoor er ruimte komt voor nieuwe ervaringen. Je bent als therapeut alleen in staat om te resoneren op dezelfde frequentie wanneer je open staat voor de signalen in je eigen lichaam.

Een cliënt vertelt over het enorm gepest zijn op school. Over hoe ze de laatste les van de schooldag al niets meer van de les meekreeg, omdat ze wist dat de groep die haar altijd moest hebben klaar zou staan in het fietsenhok. Dat ze daar pas achter zou komen wanneer ze de hoek om was van de school en uit het zicht van de eventuele docenten die toevallig buiten stonden.

Wanneer je met je lichaam luistert naar bovenstaande verhaal en je kunt voelen wat het in je lijf doet (hierbij gaat het er niet om dat je gebeurtenissen zelf ervaren hebt), je voelt als het ware de emotie en wordt je gewaar van je lichaam door wat de cliënt vertelt tussen de regels door. Door hier woorden aan te geven (bijvoorbeeld: “ik voel ontroering opkomen, wat moet dat eenzaam gevoeld hebben”) zal de cliënt zich gezien en erkend voelen, meer veiligheid ervaren en openstaan om er een nieuwe ervaring aan te koppelen.

Let wel: het is belangrijk om altijd te checken of de gegeven woorden aan jouw eigen gewaarwording overeen komen met het gevoel van de cliënt. Hoe gevoeliger je hiervoor wordt en hoe beter je de signalen van je eigen lijf kunt omschrijven zal dat vaak goed gaan, maar hierin schuilt ook het risico van projectie en tegenoverdracht.

Om je te leren hoe je op deze manier met gezinnen kunt werken, ouders kunt helpen de hechting met hun kind en het daarmee het basisvertrouwen te herstellen geef ik op 22 februari en 22 maart 2017 een masterclass.

De masterclasses bestaan uit theorie uit de ervaringsgerichte psychosociale therapie, gestaltgezinstherapie, neurobiologie, somatic experience/traumawerk en lichaamswerk.
Er zijn nog een paar plaatsen vrij.
Voor meer informatie klik hier en voor aanmelden klik hier
Bron: hechtingsgerichte gezinstherapie, D.A. Hughes; 2007

Share This