Verslaving, inividueel of systeemgericht probleem?

Is verslaving een individueel probleem? Een ziekte van het individu, waarbij de behandeling voornamelijk ook gericht moet zijn op het afkicken van deze persoon? Waarbij de omgeving voornamelijk last heeft van de verslaafde? Of is verslaving een sociaal, systeemprobleem? Als Experiëntieel gezinstherapeut geloof ik het laatste. De afgelopen weken las ik het boek Chasing the scream. The first and last days of the war on drugs” geschreven door Johann Hari (2015). In mijn vorige blog verwees ik al naar zijn TEDtalk. Zijn boek verdiepte mijn inzicht in de systeemgerichte oorzaak van verslaving.

Verslaving een ziekte?

De stelling van Hari is dat verslaving niet zozeer een ziekte is, maar een creatieve aanpassing aan je omgeving. Hiervoor haalt hij een tweetal belangrijke experimenten aan. Bij het eerste experiment werden muizen in een kooi opgesloten en kregen ze de keuze tussen een waterfles en een waterfles met cocaïne. Het interessante aan dit experiment was dat bijna alle muizen in dit experiment binnen de kortste keren verslaafd raakten aan cocaïne en zichzelf soms zelfs “dood” gebruikten.  Conclusie: Het middel is enorm verslavend en heeft een versterkende invloed op de hersenen. Eens verslaafd, altijd verslaafd.

Ratpark

De onderzoeker Bruce Alexander doordacht dit experiment en concludeerde dat er iets in het onderzoek niet klopte. Muizen zijn namelijk sociale wezens. Alexander bouwde daarom een uitdagende omgeving welke hij Ratpark noemde: lekker en genoeg te eten, speeltjes, sociale mogelijkheden en herhaalde daar dit experiment. Het interessante was dat bijna alle muizen de cocaïne links lieten liggen, en dat zelfs verslaafde muizen binnen de kortste keren afkickten van hun verslaving. Alexander concludeerde dat de verslaving niet zozeer een ziekte, maar een aanpassing aan de kooi was.

Hari combineerde dit onderzoek met het onderzoek van Gabor Mate. Mate ontdekte dat aan bijna alle ernstige verslavingen trauma’s en onverbondenheid ten grondslag ligt. Zijn stelling is dat het middel deze mensen helpt te functioneren. Hen helpt te dealen met de pijn. Ook Mate ziet verslaving als een creatieve aanpassing van de persoon om te dealen met extreme pijn. Hari vat het werk van beide wetenschappers samen en komt tot de conclusie dat de reden voor verslaving meestal ligt in:

  1. Trauma, verwaarlozing, pijn
  2. Onverbondenheid met anderen (zeker in onze westerse wereld)

De vraag is dan ook niet hoe we mensen kunnen helpen afkicken, maar hoe we een samenleving kunnen creëren waarin mensen zich niet meer zo alleen en angstig voelen en waar er krachtige en gezonde contacten zijn. Waar we vreugde in elkaar vinden in plaats van vreugde in consumptie. (Hari, 2015, p. 181).

Verslaving als signaal voor het systeem

Er valt nog veel meer te vertellen over dit prachtige boek van Hari. Waar het mij raakt is de aansluiting die ik vind bij de Ervaringsgerichte Psychosociale Therapie van het Kempler Instituut: verslaving zien als symptoom. Dit symptoom niet willen bestrijden, maar beluisteren als signaal. En dan niet als een individueel signaal, maar vooral ook als een signaal in een systeem. Te beginnen bij het gezin waarin de verslaving plaatsvindt.

Want, zo is onze stelling, “een probleem heb je nooit alleen”. Het systeem waar je leeft, heeft een diepgaande invloed op je. Zowel bij het ontwikkelen van symptomen, als ook bij het in stand houden van deze symptomen en zeker bij het oplossen van deze symptomen. Deze invloed kan een bijdrage zijn aan het verbeteren van de situatie óf het kan bijdragen aan de instandhouding van het probleem.

Laten we ervan uitgaan dat het symptoom óf trauma, óf onverbondenheid aanduidt. Waar komt dat dan het meest tot uiting? In het gezin waarin degene die het symptoom draagt, leeft. En als de verslaving een creatieve aanpassing is aan de pijn en de onverbondenheid. Wat komt er dan in de plaats als een verslaafde alleen maar afkickt? En op welke manier beïnvloedt dat het systeem? Maar ook, kan de verslaafde zijn of haar pijn kwijt in dit systeem? Of is er alleen maar afwijzing en afkeuring.

De strijd om het middel

Vaak ontstaat er in gezinnen/relaties waar iemand kampt met een verslaving, een enorme strijd rond het verslavende middel. Een strijd waarin de verslaafde en het middel afgekeurd worden. Een strijd die de pijn en de eenzaamheid vergroot. Maar ook partners en gezinsleden kampen met pijn. Een pijn die vaak niet meer gedeeld wordt, maar in strijd of terugtrekken vertaald wordt. Wat doet dat met de onderlinge verbondenheid? Die wordt alleen maar minder. En juist onverbondenheid is, zo zagen we, de brandstof voor de verslaving. Binnen relaties en gezinnen ontstaan er patronen die de verslaafde en de omgeving niet helpen. Die de problemen en de pijn alleen maar vergroten. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat deze patronen eerst aangepakt moeten worden. Dat de strijd gestaakt moet worden voor er van goed afkicken sprake kan zijn. Want afkicken als er geen veilige omgeving tegenover staat, doet meer kwaad dan goed. En tussen haakjes, als je afkickt zonder de boodschap van de verslaving gehoord te hebben, is afkicken dan wel een goed idee?

Ik pas de woorden van Hari iets aan: De vraag is dan ook niet hoe we mensen kunnen helpen afkicken, maar hoe we een gezinssysteem kunnen creëren waarin mensen zich niet meer zo alleen en angstig voelen en waar er krachtige en gezonde contacten zijn. Waar we vreugde in elkaar vinden in plaats van vreugde in consumptie. Dat is volgens mij de taak van de Experiëntieel gezinstherapeut.

Meer weten over deze gezins-/systeeminteracties bij verslavingen? Over de patronen die in gezinnen ontstaan? Op donderdag 11 mei geef ik een masterclass over ervaringsgericht en systeemgericht werken bij verslavingen.

Share This