Twee simpele vragen

“Ik heb behoefte aan een herhaling van de basisprincipes van de opleiding” zei een vierdejaars student afgelopen weekend tegen me. “Want ik wil graag de manier van denken en kijken helemaal beheersen”.  De groep was het met hem eens. Herhaling van de basis zorgt voor verdieping. Het deed me besluiten de komende maanden aandacht te geven aan de fundamenten van de EPT. Mijn doel is om jou een overzicht te geven van de manier waarop de EPT naar problemen en gezinnen kijkt. Een manier van kijken die je meteen na het lezen van het blog toe kunt passen. Vandaag begin ik met het basisconflict tussen autonomie en verbondenheid.

Aan elk probleem dat we tegenkomen ligt, volgens de grondleggers van de EPT (maar ook van andere systeemgerichte stromingen) het conflict tussen autonomie en verbondenheid ten grondslag. Hoe kan ik voor mezelf zorgen en oog houden voor de behoeften van de ander en visa versa?
Beide behoeften zijn nodig en moeten in balans zijn. Dan is er sprake van gezondheid. De realiteit is echter dat veel mensen één van beide behoeften beter ontwikkeld hebben dan de ander.  Zo hebben veel hulpverleners hun verbondenheidsdeel beter ontwikkeld dan hun autonomie. Daarom zijn ze ook in dit vak terecht gekomen! Ze kunnen hun zorg kwijt. Ben jij daar ook één van?
In de praktijk betekent dit dat je met dit basisconflict meteen een heel handzaam instrument in handen hebt. Bij elk probleem dat je tegenkomt,  kun je jezelf afvragen:

·         Welke basisbehoefte komt in de knel?
·         En welke basisbehoefte moet dus meer ontwikkeld te worden?

Het beantwoorden van deze vragen geeft je als hulpverlener meteen een richting. Verwaarloost iemand zijn of haar autonomie? Dan moet je juist de autonomie aanspreken. Mist iemand de verbondenheid ? Dan moet je juist de zorg voor de ander aanboren.
Aangezien je werkt met relaties en gezinnen, kom je in de praktijk vaak meerdere onderontwikkelde basisbehoeften tegen.  Zo kan in hetzelfde gezin de moeder meer groei in haar autonomie nodig hebben en de vader meer groei in de verbondenheid. Vaak zoeken deze twee elkaar namelijk op.

Valkuil
Zoals ik al zei is het een gegeven dat bij veel  hulpverleners hun eigen verbondenheid (de behoefte om te zorgen voor de ander) sterk ontwikkeld is. In tegenstelling tot hun autonomie. Maar als we nu gaan kijken waar de noodzaak voor groei bij onze cliënten, de hulpvragers ligt, dan blijkt dat vaak op het gebied van autonomie te liggen:
·         Grenzen aangeven
·         Beter voor mezelf zorgen (overspanning, burnout)
·         Niet voor mezelf kunnen zorgen
·         Leeggezogen worden wat leidt tot angst en allerlei andere symptomen

Zie je de valkuil? Een zorgzame hulpverlener met een slecht ontwikkelde autonomie die op een verbonden en zorgzame manier de autonomie van de cliënt gaat proberen te versterken! Doet me denken aan de uitspraak dat de lamme de blinde leidt!

Uitdaging
Paradoxaal genoeg worden hulpverleners vaak pas een inspirerend voorbeeld wanneer ze niet via zorg de autonomie van de cliënt proberen op te peppen, maar wanneer ze in hun contact met deze cliënten zelf op zoek gaan naar hun eigen autonomie. Hun behoefte in het gesprek met deze cliënten en daar voor gaan staan. Goed voorbeeld doet immers goed volgen! Wanneer ze dat ook met oog voor de cliënt doen, zijn ze meteen een voorbeeld voor de gezinsleden die meer verbondenheid mogen ontwikkelen (vaak de partner!)

Resumerend
Stel je bij elk probleem dat je tegenkomt de vraag “Wat moet meer ontwikkeld worden; de autonomie of de verbondenheid?”
Spreek autonomie bij je cliënten aan door zelf je eigen autonomie op te zoeken. Blijf uit de valkuil om autonomie vanuit zorg aan te gaan boren!
Ik ben benieuwd op welke manier jij de “bril van autonomie en verbondenheid”  toepast. Herken je de valkuil van op een zorgende manier de autonomie bij de ander aanspreken? Deel hieronder de voorbeelden uit je praktijk.
Wil je nog een concretisering van dit basisprincipe, bekijk dan op onze Facebookpagina de live-video waarin ik verdiepende uitleg geef 

Share This