Een puzzel met duizendeneen-stukjes - hulpverlening aan samengestelde gezinnen

Maurits en Liesbeth van Urk-de Boer

Persoonlijk hebben we een heel aantal dilemma’s ervaren in het komen tot ons gezinnetje. Met onze professie konden we er (achteraf) gelukkig beschouwend naar kijken en lessen uit trekken. Waar in het vorige blog de aanloop stond naar de context van samengestelde gezinnen en de dilemma’s die dat op kan roepen, zoomen we in deze blog meer in op een paar dilemma’s voor het samengestelde gezin zelf. Daarin herken je misschien ook de dilemma’s die jouw werk mogelijk en ingewikkeld kunnen maken.
Vaak gestelde vragen (lees: Bullshit bingo)

Ken je dat? Dat irritante lijstje met meest gestelde vragen waar de jouwe net niet tussen staat? Bij het komen tot een nieuw samengesteld gezin bestaat er ook één. Maar gek genoeg gaat die meestal over de vorige en niet deze relatie: de beide individuele geschiedenissen, het gehengel naar het contact met en oordeel over de exen, hoe een en ander nu loopt met de omgangsregeling enzovoort. Naast dat het af en toe op littekens drukt, is het vervelend en energie lekkend. Het hoogste doel lijkt de nieuwsgierigheidsbevrediging van de vragensteller, waarbij gedane uitspraken over vroeger als criterium worden gebruikt voor het welbevinden van je huidige nieuwe relatie en gezin. Vaak moet deze FAQ-lijst eerst afgewerkt worden, voordat het over het nieuw samengestelde gezin gaat. Terwijl daar juist de aandacht nodig is. Want zoals in een wijs boek staat: elke dag heeft genoeg aan zijn eigen zorgen.
Daarom ons bingo-lijstje van thema’s waar veel samengestelde gezinnen hulp bij nodig hebben.

Dilemma 1 de rol en plek van (bonus)ouders
Wij volgden een paar jaar geleden een cursus met andere samengestelde stellen. Daar was een man die steevast wilde dat zijn bonuskind hem papa noemde, aangezien de biologische papa ver weg stond. Bovendien, hij zorgde 28 van de 30 dagen voor dit kind, dus dan was het toch logisch? Het deed hem zeer dat dat kind het niet wilde. Simpel voorbeeld met veel lagen en lading. Want voor bonusvader betekende het iets, voor het kind betekende het iets, voor mama betekende het iets, voor de relatie tussen bonusvader en mama betekende het iets. Een ogenschijnlijk legitieme behoefte krijgt zo maar ineens heel veel lagen. Of een cliënt van ons vertelde: mijn meiden uitten soms hun gevoel over het zorgen voor de ouders… ik probeer ze ervan te ontslaan. Wij zorgen voor hen, niet andersom. Maar Lieke zei laatst: mama, als ik later groot ben, ga ik gewoon nog steeds om de week bij jullie wonen. Want dan zijn jullie niet zo lang alleen. En zo zijn er meer van dat soort momenten.

Jesper Juul heeft een goed, kort en lezenswaardig boek geschreven over stiefouders. Hij noemt ze steevast bonusouders. Daarin zit volgens ons ook een positieve klank: een stiefouder voegt idealiter wat toe. Een bonus. Dat is een mooi gegeven. En tegelijk zit daar één van de meest voorkomende dilemma’s voor nieuw gezinnen: wat doet een bonusouder wel of niet in de opvoeding van de kinderen van zijn verse partner? Hoe krijgt hij of zij gezag? Hoe geven ouder en bonusouder vorm aan dat gezag? En hoe doen ze dat samen? Of heel praktisch: welke aanspreekvorm gebruiken bonuskinderen voor hun bonusouder? Papa/mama? De voornaam? Ogenschijnlijk kan je het met potlood zo uittekenen of bedenken hoe je het wil. Maar de knel zit ‘m vaak in de lading.

Dilemma 2 Loyaliteiten van kinderen naar (bonus)ouders
Mijn dochter vertelde laatst dat ze het toch wel heel fijn vindt dat wij maatschappelijk werkers zijn, want dan kunnen we tenminste goed praten over de scheiding. Dit was indirect een manier voor haar om aan te geven dat wij veel praten en haar moeder wat minder, zonder haar af te vallen. Mooi he, hoe een kind ons vak gebruikte om haar wat minder praterige moeder te ontschuldigen en aan haar loyaal kon blijven? Het is klassiek en waar dat kinderen loyaal blijven aan hun ouders. Maar wat nou als sommige bonusouders dingen beter kunnen dan hun biologische? Dan voelen ze soms een dubbele loyaliteit. Ik ben zelf absoluut geen game-fanaat. De bonusvader van mijn kinderen wel. Door ze aan te moedigen dat op te zoeken en samen met hem te gamen, bied ik ruimte aan hen, hun bonusvader en aan mezelf. Daarmee hoeft niemand ontrouw te zijn aan zichzelf.

Deze dilemma’s noemen we welluidend loyaliteitsconflict. Maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat dit zich vaker afspeelt in de hoofden van ouders en hulpverleners en daarmee de aandacht afleiden van het werkelijke probleem. Ze ontstaan meestal omdat (bonus)ouders hun eigen onvermogen en het vermogen van de ander niet kunnen zien of accepteren. Met andere woorden: veel kinderen hebben niet ‘zomaar’ een loyaliteitsconflict, maar meestal ontwikkelen ze dat als gevolg van ouders met een acceptatieconflict.

Dilemma 3 de kinderen in de mix
Veel van de spullen die je hebt als alleenstaande ouder, kunnen bij het vormen van een nieuw gezin wel weg. Je kunt (meestal) kiezen uit luxe omdat je dingen dubbel hebt. Voor de kinderen is dat heel anders. Juist hun persoonlijke bezittingen worden soms belangrijker, omdat het iets representeert van hun identiteit. Onze kids doen het geweldig. Ze zijn verzot op elkaar. Ondanks deze intense band, waarbij er veel herkenning in talent en behoefte is, blijft een bepaalde mate van onderscheiding belangrijk. En dat leidt soms tot ontroerende reacties. De oudste zei laatst in tranen: “ik ben zo f*cking (excusez le mot) blij met mijn bonusbroer en -zus.” Tot aan ogenschijnlijk futiele dingen: de oudste zus heeft na rijp beraad laten weten dat haar jongere bonuszusje niet met haar borstel mag. En dat ondersteund door een paar goed klinkende argumenten. En dat hebben we gerespecteerd. Deze twee voorbeelden laten ieder op hun eigen manier zien dat niet alles vanzelfsprekend is, niet voor de kinderen zelf én niet voor hun ouders.
En dat kan ook anders: toevallig hebben wij een gezamenlijke kinderschaar die door de opvolging in leeftijd prima broers en zussen zouden kunnen zijn. Dat is op voorhand makkelijker. We kennen ook een gezin waarbij beide partners beide een tweeling meenamen die ook nog eens van dezelfde leeftijd waren. Dan is de kans dat ze elkaar in de weg zitten (“dat is van mij” “papa vindt jou niet lief”). Dat vraagt om andere acties.

In de commentaren lezen we graag je aanvulling van dit bingo-lijstje en dilemma’s die je hoort van samengestelde gezinnen. En in de masterclass op 6 juni geven we aandacht aan een paar manieren om de bingolijst en de dilemma’s bespreekbaar, werkbaar en hopelijk korter te maken voor gezinnen. In de volgende blog willen we kijken naar een aantal onderwerpen die je als samengesteld stel tegenkomt en je mening en positie vragen. En daarmee ook onderwerp van gesprek (kunnen) zijn in de hulpverlening. 

(Accreditatie bij SKJ wordt aangevraagd)

Share This