Als senior EPH-er toe aan de volgende stap? Wil je anderen inspireren?

Toen ik net begon te werken in een instelling voor maatschappelijk werk (ik kwam vanuit het onderwijs en had de EPH opleiding gedaan), was ik enthousiast en vol vuur over de ervaringsgerichte methodiek. Mijn collega’s met andere opleidingen en achtergronden probeerde ik vaak vol vuur te overtuigen van het ervaringsgerichte en systeemgerichte gedachtengoed van het Kempler Instituut. Ik stuitte op onbegrip, desinteresse, tot regelrechte irritatie. En terecht, want de manier waarop ik mijn inzichten en ideeën bij de ander door de strot wilde duwen, was achteraf misschien niet helemaal de manier…

Deze ervaring heb ik in de loop van de jaren van meer EPH-ers gehoord. Ook minder fanatieke ‘Kempler-evangelisten’ hebben vaak de ervaring dat de stap maken van zelf ervaringsgericht en systeemgericht te werken naar collega’s daarin meenemen echt moeilijk is. Vaak komen de meesten tot een soort verhouding met hun collega’s waarin iedereen dan maar zijn eigen ding doet: ik mijn visie, jij de jouwe. Sommigen starten hun eigen praktijk op als therapeut, en hebben zo niet zoveel meer te maken met collega’s die anders werken. Anderen groeien door naar een senior-positie in een instelling, worden stagebegeleider, gaan werkbegeleiding geven of begeleide intervisie aan collega’s.

Als senior kom je in de positie om ervaringsgericht werken op de kaart te zetten, maar hoe doe je dit nu? Hoe breng je nu over wat je zelf hebt geleerd? Verschillende valkuilen liggen natuurlijk op de loer:

  • Je stelt je teveel op als therapeut ten opzichte van je collega’s:

In het bespreken van een cliëntsysteem zie je al snel wat de persoonlijke blokkade of niet-toegestaan deel is van je collega, en je wilt haar daarnaartoe brengen. Het probleem is dat je dat mandaat niet hebt gekregen van je collega, om zo dichtbij te komen.

  • Je geeft adviezen die wel goed zijn, maar je collega heeft de methodische vaardigheden niet:

Je adviseert je collega bijvoorbeeld om een partner of een gezinssysteem te betrekken bij de gesprekken, maar je collega heeft niet geleerd om partner- of gezinsgesprekken te voeren. Het gevolg kan zomaar zijn dat je collega een individueel gesprek voert met ‘publiek’. Of erger: het gesprek ontspoort omdat je collega geen positie durft in te nemen.

  • Je doet het ervaringsgerichte werken voor aan je collega’s:

Als senior bied je aan om aan te schuiven bij een gesprek om te helpen. Al gauw zien zowel de cliënt en je collega jou als ‘de betere hulpverlener’, met als gevolg dat de cliënt geen vertrouwen meer heeft in je collega, en liever met jou verder wil.

Hoe vermijd je nu deze valkuilen?

Het antwoord ligt volgens mij in het minieme verschil tussen ervaringsgericht en systeemgericht werken, en ervaringsgericht en systeemgericht positioneren.

Ervaringsgericht werken wekt de suggestie dat je in alle situaties en (werk-)relaties op dezelfde manier handelt: je vertelt bijvoorbeeld je manager, je collega en je cliënt op dezelfde manier wat je oploopt in het contact met hen. Je geeft ook het advies aan je collega’s om dit te doen, zonder rekening te houden met de positie die zij hebben ten opzichte van hun werkomgeving.

Ervaringsgericht positioneren is meer gericht op: wat ervaar ik als professional in het contact tussen mij en de ander? Welk mandaat heb ik om dit bespreekbaar te maken? In hoeverre is dit van belang voor de werkrelatie tussen mij en de ander?

Systeemgericht werken wekt de suggestie dat je actief systemen beïnvloedt, meeneemt en actief betrekt. Daarmee ben je dus eerder gericht op het helpen van cliëntsystemen via je collega (hoe kan ik mijn collega helpen dit gezin te helpen?).

Systeemgericht positioneren is eerst onderzoeken welke systemen er allemaal spelen en welke positie jij en je collega hebben ten opzichte van die systemen, en welk mandaat om met die systemen aan het werk te gaan.

De uitdaging is dus om niet in de werkmodus te schieten, maar om zelf en samen met je collega’s open te onderzoeken in welke positie je terecht bent gekomen, en of deze positie klopt met de positie die je zou moeten hebben (volgens je functieomschrijving, werkafspraken, hulpvraag, etc.).

Dit past ook goed bij de Gestalttheorie, waarin de Gestalt op de voorgrond zich aftekent tegen het veld, de achtergrond. Door het gewaarzijn te richten op de achtergrond in plaats van alleen op de voorgrond, wordt duidelijk hoe voor- en achtergrond zich tot elkaar verhouden. 

Bewustworden van het (werk-)veld, en de eigen positie daarin, opent vervolgens de ruimte voor handelingsalternatieven, veel meer dan voordoen, overnemen of adviseren. Collega’s op ervaringsgerichte manier in hun kracht zetten, vergt dus een andere vaardigheid: de vaardigheid van het onderzoeken van de eigen positie.

In de masterclass ‘ervaringsgericht positioneren van het werkveld’ neemt Wietze van der Laan mee in dit onderzoek. Aan de hand van een aantal casussen, maak je kennis met de supervisiemethodiek enerzijds en de gestaltbenadering anderzijds, die de Ervaringsgerichte supervisie-opleiding zo uniek maakt.

Dus wil je nog completer en effectiever worden in het hanteren van je eigen werkomgeving, en wil je collega’s daarin leren begeleiden, kom dan eens ervaren op de Masterclass Ervaringsgericht Positioneren op 6 maart 2020.

Nader informatie vindt je hier.

Share This