Zorg over zorg...

Mijn scriptie vorig jaar ging over Zorg verdient Zorg (zelfzorg in de palliatieve zorg). In die tijd verscheen er in KINTaKT een artikel van Sonja Bouwkamp naar aanleiding van het boek: ‘Mondige burgers, getemde professionals’, van Evelien Tonkens van Sonja Bouwkamp (KINTaKT nr. 21). Tijdens het schrijven van mijn scriptie heb ik mij ook bezig gehouden met de vraag wat zorg is, hoe er vroeger en nu over zorg gedacht werd. Ik stuitte toen op een artikel van prof. dr. jan Hoogland over zorg en marktwerking. Vandaag las ik weer een artikel van zijn hand: ‘amateurs gezocht’ (Sophie, 1e jaargang, januari 2011). Een samenvatting van zijn rectorale reden. Wat ik las trof mij, herinnerde mij ook weer aan Sonja’s artikel, en daar wil ik iets van doorgeven.

naar aanleiding van de discussie over de zorg rond Brandon, (in een instelling) en een interview met ouders die de zorg voor hun zoon Dexter zelf hadden opgepakt (thuis), vertelt hij meer over de verschillende aspecten van zorg. Hij zegt: “Onze collectieve onmacht om de zorg te verbeteren en onze irreële, zelfs utopische verwachtingen van de zorg, maken ons iets duidelijk. Door het centraal stellen van waarden als autonomie en keuzevrijheid, verdwijnt uit beeld dat zorg en welzijn zich vooral bemoeien met situaties waar mensen niet voor gekozen hebben; nood, lijden, vastgelopen relaties, sociaal isolement en verslaving.” Hij beschrijft hoe de afgelopen maanden de kritiek op de behandeling van Brandon tot grote verontwaardiging leidde, terwijl hij bij De wereld draait door, een interview zag met ouders, die beiden hun baan hadden opgegeven om voor hun gehandicapte zoon Dexter te zorgen. In zijn rede wil hij daarmee aantonen wat het verschil in kijken en handelen is bij deze twee jongens.

Zorglogica

Jan Hoogland haalt een proefschrift aan van Stan Verhagen, die het onbehagen in de thuiszorg heeft onderzocht. In zijn proefschrift laat hij zien dat mensen vanuit verschillende soorten betrokkenheid verschillend tegen zorg aankijken. Elke groep gebruikt zijn eigen termen om over het verschijnsel zorg te spreken. De manier waarop je tegen iets aankijkt en erover spreekt is echter niet onbelangrijk. Dat heeft invloed op de problemen die je ziet en de oplossingen die je bedenkt. En juist wanneer deze groepen macht en invloed hebben, bepalen ze daardoor mee hoe de zorg eruitziet of eruit gaat zien. Er zijn vier verschillende zorglogica’s:

  • De politieke: daar staat sociale rechtvaardigheid centraal.
  • De economische: daar staat economisch liberalisme en marktwerking centraal.
  • De professionele: daar gaat het om de bevoegdheid om op basis van eigen deskundigheid te beslissen en te handelen.
  • De familiale; daar gaat het om de informele solidariteit.

Tussen die vier verschillende manieren van kijken zit vaak een kloof. Vooral tussen de eerste drie en de laatste. Dus tussen formele en informele zorg. Bij de eerste drie vormen domineren in de debatten vooral waarden als autonomie, zelfbeschikking, keuzevrijheid en zelfontplooiing.
Bij familiale zorglogica hoor je deze termen minder vaak. Daar gaat het om bewogenheid, plicht, solidariteit, medelijden, barmhartigheid.
Het grote verschil tussen formele en informele zorg is de mate van onvoorwaardelijkheid en wederkerigheid in de relaties. En uiteraard is dat bij families veel meer aanwezig dan bij de formele zorg. Bij de formele zorg zie je de voorwaardelijkheid toenemen door volgens bepaalde, formeel vastgestelde regels te werken en door bemiddeling van systemen.
Bij formele zorg wordt aan de professional gevraagd zich te bemoeien met welzijn van een onbekende ander. De wijze waarop, tegen welk tarief, door wie vergoed, het is allemaal formeel geregeld.
Bij informele zorg bekommeren mensen zich
om elkaar, om iemand die ze kennen en waar ze om geven. Hoe ze dat doen is niet vastgesteld en verschilt van persoon tot persoon. De zorgrelatie is persoonlijk. Ook bij formele zorg is wel degelijk sprake van een (zorg) relatie tussen mensen.
Die staat echter in een ander kader.
Het lijkt erop dat de onvrede die er is rond de professionele dienstverlening veroorzaakt wordt doordat de mensen de teloorgang ervaren van de informeel solidaire verbanden. Ze verwachten daarom dat de formele zorg dat verlies aan veiligheid gaat compenseren. Daarom is er die roep om aandacht, om warme menselijke betrokkenheid voor de cliënt, voor presentie. Daarom is er zo’n enorme commotie wanneer die blijkt te ontbreken. En daar komt de moderne professional klem te zitten. Die heeft wel degelijk behoefte betrokken zorg te verlenen, maar wordt afgerekend op het aantal verrichtingen en op prestaties. Hij moet richtlijnen volgen, kaders garanderen, rust scheppen. Cliënten zitten daar niet op te wachten. Zij hoeven niet altijd een oplossing van hun probleem, maar hebben vooral behoefte aan persoonlijke aandacht, waardoor zij zich als persoon gewaardeerd voelen. Veel mensen worstelen met gevoelens van sociale overbodigheid en zinloosheid, zijn zij nog in tel, voor iemand van waarde?
Mij is nu duidelijker geworden waar het wringt. Uit eigen ervaring van werken in de zorg herken
ik dit. Als ik te veel betrokken was, werd mij erop gewezen, dat ik toch vooral op professionele afstand moest blijven en dat ik alles goed moest documenteren. Maar de familie en vrienden en ook de cliënt zelf, vroegen om nabijheid, aandacht voor meer dan alleen het ‘probleem’. Zij vroegen medemenselijkheid. De gevraagde professionele afstand en de nodige persoonlijke betrokkenheid staan op gespannen voet met elkaar. De professional zit klem en de cliënt komt tekort.

Jan Hoogland doet wat aanbevelingen.
Wat valt er te verbeteren aan zorg en welzijn?

  • Vermenselijking van zorg en welzijn. Door het stimuleren van informele contacten. Niet dus overnemen van zorg, maar richten op goede voorwaarden van sociale inbedding en participatie. Professionele hulpverlening moet goed doordrongen zijn van de onvervangbare betekenis van informele zorg. Hier herken ik de EMPOWERMENT van de cliënt en zijn systeem.
  • Bijstellen van aspiraties van de professionele zorgverlening. Deze is duur en schaars en beperkt. Nodig is de erkenning en ondersteuning van informele zorg. Professionele bescheidenheid vanuit betrokkenheid. Hier herken ik: HET BETREKKEN VAN DE CONTEXT.
  • Realistische kijk op informele zorgverlening. Dit niet alleen zien en benaderen als een vrije, een waardevolle keus, maar als EEN KEUS. In dat kiezen zit ook de aanvaarding van zaken waarvoor niet zelf gekozen is, zoals ziektes, lijden, isolement, verslaving. Daar moet meer bij stilgestaan worden. Het is belangrijk te letten op meer respect en begrip daarvoor: AANVAARDEN WAT ER IS EN KIJKEN NAAR WAT GOED GAAT en dat te versterken.
  • Politieke en maatschappelijke discussie over rechtvaardige verdeling van informele zorglasten. Informele zorg is van onvervangbare betekenis. Politiek en maatschappij moeten dat onderkennen en ondersteunen.

Dit artikel gaat over de zorg in het algemeen, maar is m.i. ook toepasbaar op de psycho sociale hulpverlening. Ook daar herken ik de roep om zo ‘professioneel’ mogelijk te handelen. Hierbij wordt dan bedoeld: Gebruik protocollen, documenteer alles goed, blijf op afstand. Terwijl ‘professioneel’ voor mij betekent: op een professionele manier nabij en persoonlijk betrokken te zijn.
In mijn intervisiegroep van therapeuten (VTP) wordt ik ook geregeld aangesproken op mijn manier van therapeut zijn. Ga ik niet teveel zorgen, is mijn therapieruimte niet te gezellig, dat kopje koffie is toch nergens voor nodig, ben ik niet te persoonlijk? Ik herken dat vanuit hoe ik het vroeger geleerd heb, op afstand blijven, neutraal zijn, geen eigen reactie geven. Maar na de opleiding aan het KIN ben ik veranderd. Ben ik meer geworden die ik ben, ook als professional. Daardoor heb ik meer plezier in mijn werk. En ben ik ook nog eens effectiever geworden.

Uiteraard zie ik ook de (mijn) valkuilen daarin. Uiteraard moet je altijd professioneel zijn, ook wanneer je persoonlijk bent. En dat is niet altijd gemakkelijk. Maar ik ben er van overtuigd dat in de roep om afstand, protocollenen richtlijnen voor een groot deel angst een rol speelt. Angst om een klacht te krijgen. Angst om je dan niet te kunnen verantwoorden middels documentatie.

Ik wil bevraagd worden op mijn zakelijke verantwoordelijkheid, maar niet alleen daarop. Mijn papieren moeten in orde zijn, maar ik wil ook bevraagd worden op mijn menselijke betrokkenheid met die ander. En of ik wel oog heb voor
wat en wie in het eigen netwerk de cliënt kan ondersteunen.

Ik wil zorg niet verlenen als het ook anders kan, ik wil niet pretenderen dat ik meer voor de cliënt kan betekenen dan de eigen omgeving. Ik wil respect hebben voor de waarde van de relaties in het eigen netwerk. En bovenal wil ik de cliënt altijd blijven zien in wie hij is en wat hij nodig heeft, hoe vervormd hij daar ook om kan vragen. Ik wil altijd de mens blijven zien achter het probleem. En ook de mens blijven achter de hulpverlener.

Zorg kan niet zonder medemenselijkheid.
Zorg voor Zorg evenmin.

Annette van der Laan

Share This