Empowerment in de hulpverlening

Empower de wereld, begin bij jezelf

Empower de wereld, begin bij jezelf

Door: Ferdinand Bijzet

Er is iets geks aan de hand in welzijnsland. De kracht van de cliënt staat centraal en empowerment is al een heel aantal jaren een modebegrip. En juist het feit dat deze twee zaken centraal staan is raar. Want hulpverlenen gaat toch over de kracht van cliënten?  En empoweren, mensen bij hun kracht brengen, is toch inherent aan ons werk?  Stel je voor, een timmerman die zegt: “Timmermannen moeten weer meer gaan timmeren”. En toch is dat nu juist precies wat gebeurt. Binnen de hulpverlening wordt er gesproken over dat we meer moeten empoweren. En niet onterecht! Want hoewel empowerment ons vak is, pamperen zit hulpverleners in het bloed. In dit artikel wil ik ingaan op empowerment.

Laten we beginnen bij het begrip empowerment.  In een publicatie van Request, van het Vrijbaan project, kwam ik het volgende tegen: Je kunt vragen ‘Wat is het?’ Maar je kunt ook eerst beschrijven ‘Wat het doet’. Empowerment draagt ertoe bij dat iemand zijn talenten en capaciteiten effectief gebruikt en zelfbewust invulling geeft aan het eigen handelen. Daarmee bevordert empowerment prestaties, initiatief en het nemen van eigen verantwoordelijkheid en zelfregie. Empowerment, ook wel ‘innerlijk leiderschap’ genoemd, leidt tot effectieve relaties met mensen, motiveert en schept ruimte voor creativiteit en vernieuwing.”[1]

Met name de term “zelfbewust invulling geven aan eigen handelen”  is een belangrijke uitspraak als het om empowerment gaat. Een uitspraak die ook erg goed past bij de veranderingen in een maatschappij waarin we ons van een verzorgingssamenleving moeten ontwikkelen naar een participatiesamenleving. Een van de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl verwoordt het zo: Welzijn nieuwe Stijl is…”gebaseerd op de eigen kracht van de burger. Ga eerst na wat de burger zelf kan (met hulp van de directe omgeving) en bepaal daarna of verdere ondersteuning nodig is.”[2] 

De afgelopen twee jaar heb ik bij Koninklijke Kentalis een project gedaan waarbij ik trainers heb opgeleid die intern weer collega’s kunnen opleiden in empowerment. Uit intern onderzoek van Kentalis onder jongeren met een auditief- communicatieve beperking kwam duidelijk naar voren dat wanneer hen gevraagd wordt naar hun visie op de hulp die zij van Kentalis in begeleiding en onderwijs hebben genoten, zij aangeven meer als gewone mensen behandeld te willen worden. “Stel eisen aan ons, accepteer minder!”  In dit trainingstraject heb ik vier gebieden van empowerment onderscheiden:

  • De kracht van de hulpverlener
  • De kracht van de cliënt
  • De kracht van de werkrelatie
  • De kracht van de omgeving

De kracht van de hulpverlener

Vaak wordt de term empowerment gebruikt voor acties van de hulpverlener die op de cliënt gericht zijn. De cliënt moet empowerd worden, de eigen kracht moet aangeboord worden. Dit is ook duidelijk zichtbaar in de ontwikkelingen in Welzijn. De kracht van de cliënt en zijn of haar netwerk staan centraal en de hulpverlener moet meer op zijn handen gaan zitten. De focus ligt daarmee op de cliënt. Veel (de meeste) van de gangbare technieken zijn daar ook op gericht.

De vraag is of deze gerichtheid empowerment bevordert. Mijn antwoord daarop is dat hulpverleners heel vaak niet empowerend werken, juist omdat ze bij de verkeerde persoon beginnen, namelijk bij de cliënt. Dat lijkt een raar antwoord, want de cliënt moet toch immers empowerd worden. Toch blijf ik er bij. Met een variatie op een bekende slogan “empower de cliënt, begin bij jezelf”.

Stel een hulpverlener werkt met een puber die niet gemotiveerd is voor het traject. De hulpverlener werkt, zorgt, probeert. De puber hangt achterover. Ondertussen gaat er van alles in de hulpverlener om: irritatie, onzekerheid, vermoeidheid, maar daar besteedt deze hulpverlener geen aandacht aan. Laat staan dat hij nadenkt over de vraag wat hij zelf in dit gesprek nodig heeft. De aandacht gaat naar de cliënt. Maar met dat de aandacht daar naartoe gaat, is de hulpverlener het voorbeeld van een hardwerkende niet-empowerde hulpverlener. De puber moet verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen leven en welbevinden? Ja, maar de hulpverlener ook!  En met al dat harde werken en zorgen voor de ander zonder stil te staan bij wat hij zelf nodig heeft doet deze hulpverlener dat niet en is in feite een antivoorbeeld van empowerment geworden.
Wil de hulpverlener de puber echt kunnen helpen, dan zal hij deze een voorbeeld moeten geven van empowerd gedrag. Dan zal de hulpverlener bij zichzelf te rade moeten gaan wat hij van de situatie vindt, wat hij met de situatie wil en daar daadwerkelijk stappen in moeten nemen.

Hulpverleners die dit negeren, vragen hun cliënten iets te doen wat ze zelf niet doen. “Practice what you preach” geldt ook voor hen. Hoe? Door bijvoorbeeld openlijk te bespreken wat ze vinden, missen en nodig hebben. Óf door te stoppen met hard werken en de impasse met de puber te bespreken. De mogelijkheden zijn legio, maar het start bij een zichzelf respecterende hulpverlener die stopt met wat niet werkt!

Bovengenoemd voorbeeld is helaas geen incident. Het komt vaak voor dat hulpverleners, goed bedoeld, tegenovergesteld gedrag laten zien van wat ze van de cliënt vragen. Hulpverleners zijn namelijk mensen die zorgzaam ingesteld zijn. Dat is prachtig, maar daardoor slaan ze hun eigen reacties en wensen regelmatig over. Hun kracht wordt dan hun valkuil. Terwijl ze zich zogenaamd richten op het empoweren van hun cliënt zijn ze in werkelijkheid aan het zorgen. En dan is er eerder sprake van ontpowerment of empamperment.

Ik las hierover een mooie uitspraak:  “Een cliënt kan enkel en alleen worden aangesproken op zijn/haar kracht als de hulpverlener doorlopend ZELF op zoek gaat naar hetgeen hij/zij nodig heeft aan kracht en energie in de hulpverleningsrelatie. Empowerment is een wederkerig proces en BEGINT dus bij de hulpverlener zelf.”[3]

Valkuilen inherent aan het beroep

Hulpverleners zijn over het algemeen mensen waarbij de zorg voor anderen goed ontwikkeld is. Begeleidende beroepen worden vaak gekozen door mensen die gevoelig zijn en begrip hebben voor andermans problemen. Dit zorgt er voor dat begeleiders de neiging hebben om een “hulpvaardigheidssyndroom” te ontwikkelen: zij móeten hun cliënten helpen en worden zo verantwoordelijk voor het oplossen van de problemen van de cliënt, in plaats van de cliënt zélf.

Deze hulpvaardige houding is complementair aan een basale, aangeleerde hulpeloosheid die een aanzienlijk deel van de mensen die aankloppen voor hulp bij welzijn ontwikkeld hebben. De cliënt heeft  een “probleem” waar zij “niets aan kunnen doen”.  Deze gedachte dat men er niets aan kan doen ontstaat ook wanneer mensen  in het verleden met te veel zorg zijn behandeld en dus hulp verwachten van de buitenwereld.

Het probleem hiermee is dat zij niet langer zichzelf in de eerste plaats als verantwoordelijk zien voor het oplossen van hun problemen.  Zij gaan externaliseren: zij projecteren hun probleem op de buitenwereld en vinden dat daar de oplossing vandaan moet komen.

Wat we weten over aangeleerde hulpeloosheid is dat deze met name optreedt, wanneer mensen  geen adequate feedback krijgen op hun handelen. Door dit gebrek aan feedback leren  ze niet welke handelingen effectief zijn in het bereiken van een bepaald doel, waardoor ze zich eerder hulpeloos en passief zullen opstellen.

Doordat een hulpverlener van nature een sterke zorgbehoefte heeft loopt deze het risico sterk cliëntgericht te werken en in het complementaire patroon te stappen waar de cliënt al zo vertrouwd mee is. De cliënt vraagt hulp, de hulpverlener geeft hulp.

 Het invoeren van nieuwe technieken en methoden (zoals in Welzijn Nieuwe Stijl) zal deze valkuil niet oplossen. Veel hulpverleners staan niet stil bij wat zijzelf oplopen in het cliëntcontact en wat zij vinden, denken en nodig hebben van hun cliënten. En mijn inschatting is dat dit door de methoden die momenteel in Welzijn opgeld doen alleen maar erger zal worden, omdat deze methoden misschien nog wel meer cliëntgericht zijn.

De kracht van de cliënt

De cliënt is zwak en kwetsbaar en heeft problemen. En wij, hulpverleners, moeten hem helpen. Hoewel dit een karikatuur is, is dit toch een van de valkuilen voor hulpverleners. Omdat we een “helpersbril” op hebben, zien we door alle problemen heen niet de kwaliteit en de kracht van de cliënt. Wat dat betreft zetten de acht bakens van Welzijn Nieuwe Stijl ons wel op een goed spoor:  “Te snel wordt nu nog voorbij gegaan aan de eigen kracht van de burger, zijn netwerk, de straat of wijk. Het uit handen nemen van problemen werkt meestal averechts op het zelfoplossend vermogen.”[4]

Hulpverleners dienen daarom de helpersbril af te zetten en een “krachtbril” op te zetten. Eigenlijk heel natuurlijk, de andere kant van de zaak bekijken. Neem bijvoorbeeld multiproblem gezinnen. Deze gezinnen hebben enerzijds vele problemen, maar ook een enorme kracht om ondanks alle problemen toch nog redelijk te functioneren. Een kwetsbare moeder heeft een enorme kracht in haar onophoudelijk aandacht vragen bij de hulpverlener en hem in beweging krijgen voor haar noden. Zo zit in ieder probleem ook een kracht. En het is de taak van de hulpverlener die te zien.

En daar gaat het vaak mis. Vaak hoor ik in trainingen deelnemers zeggen: “Kan de cliënt dat wel aan?” Het is een teken dat de hulpverlener een zorgende houding heeft en alleen het kwetsbare ziet.  Juist dan is de vraag van de oud-leerlingen van Kentalis heel bevrijdend: behandel ons meer als gewone mensen en stel eisen aan ons.

Hulpverleners zouden zichzelf moeten voornemen om iedere cliënt als een capabel mens tegemoet  te treden. Dat betekent dat je als hulpverlener open kunt zijn over wat je vindt, wilt en nodig hebt en niet voorzichtig met de cliënt hoeft om te gaan. Pas als blijkt dat de cliënt dit niet aan kan kun je terugschakelen, nadat je eerst hebt onderzocht of de cliënt het echt niet aankan of dat deze de verantwoordelijkheid hiermee ontloopt. In veel gevallen is ‘niet kunnen’ namelijk ‘niet willen’.

Juist de voorzichtige houding van hulpverleners is ontpowerend. Daarmee wordt de cliënt kleiner gemaakt dan hij of zij is. Het standpunt dat ieder mens capabel is is een gezond standpunt, dat zich richt op de gezonde aspecten van mensen  Het is juist deze gezonde kant die we nodig hebben om de “ongezonde” kant het hoofd te kunnen bieden.

De kracht van de werkrelatie

Het proces van empowerment begint in de werkrelatie. Daar waar cliënt en hulpverlener elkaar tegenkomen kan empowerment vorm krijgen. Daarmee onderscheidt de Ervaringsgerichte Psychosociale Hulpverlening zich nogal van andere scholen. Wij zien de werkrelatie als de proeftuin waar de cliënt en zijn omgeving kunnen oefenen en ervaring  opdoen met nieuw gedrag. Juist in de relatie tussen cliënt, systeem en de hulpverlener kan een contact ontstaan waar nieuwe ervaringen worden opgedaan.

Tijdens een supervisie spraken een man en vrouw met elkaar over hun naderende pensioen. Ze maakten zich zorgen over de tijd die ze samen zouden doorbrengen en over alle strijd die ze voorzagen. Hij was een dominante man en zij een aanpassende vrouw, die wel kritiek uitte, maar geen voet aan de grond kreeg. Ons werkpunt voor hem was meer stilstaan bij wat zij hem te zeggen had en voor haar meer gaan staan voor wat ze van hem nodig had. Vooral het werkpunt voor haar was gericht op empowerment. Al snel werd duidelijk dat hij het heel lastig vond om stil te staan bij wat zij hem vertelde. Op alles wat zij zei reageerde hij met “onzin”. Wanneer wij hem wezen op deze manier van reageren, reageerde hij ook zo op ons.

Op dergelijke momenten verplaatst het probleem van de cliënten zich naar de werkrelatie. Van het begeleiden van het gesprek tussen hen werden wij deelnemer in het gesprek. We zouden ons kunnen focussen op het empoweren van de vrouw, maar op dat moment zouden we voorbij gaan aan onze eigen moeiten met dit contact.  Het enige wat ons te doen stond was hem stil te zetten bij wat hij bij ons deed en hoe dat voor ons was.  En daarmee het voorbeeld zijn van iemand die zichzelf respecteert en voor zichzelf blijft staan.

Empowerment start bij het jezelf serieus nemen en geloven in de kracht van de ander, maar vindt plaats in het hier en nu van het contact. Wil een gesprek empowerend zijn, dan zal de nadruk dus ook moeten liggen op het hier en nu. Wat gebeurt er nu tussen mij en de cliënt? Juist in het bespreekbaar maken van wat er in het hier en nu gebeurt, met oog voor de eigen kracht en die van de cliënt, “gebeurt” empowerment.

Dat betekent dus dat de hulpverlener gericht moet zijn op wat er ter plekke gebeurt en zich niet moet laten verleiden tot het praten over de inhoud. Opvallend vaak neigen hulpverleners er naar om met cliënten OVER de inhoud van hun problemen te praten, in plaats van naar die patronen en interacties in de werkrelatie te kijken die niet werken en die bespreekbaar te maken.

Tijdens een training bij het AMW bespraken we een casus  waarin een hulpverlener een man begeleidde die in een vechtscheiding zat. Zijn ex-partner was wederom naar de rechter gestapt om alsnog te proberen hun kinderen aan haar toegewezen te krijgen. Hoewel hij niet op een dergelijke manier streed, vocht hij door de perfecte vader proberen te zijn. Telefonisch zocht hij contact met de hulpverlener met de vraag hoe hij zijn kinderen moest gaan vertellen dat mama weer een rechtszaak was begonnen. Hoewel dit op zich een legitieme vraag was, proefde de hulpverlener tussen de regels door hoe hij haar in zijn kamp probeerde te trekken. De man leek heel redelijk, maar de hulpverlener voelde zich in de onderlinge strijd gezogen. In het gesprek hierover gaven veel maatschappelijk werkers aan geneigd te zijn om op de inhoud in te gaan en het onderliggende appèl in de werkrelatie te negeren.

Het is van groot belang dat hulpverleners zich realiseren dat systemen naar homeostase neigen, naar het handhaven van het bestaande evenwicht .

 Tijdens een training bracht een cursist een casus in van een autistische jongen, een overbezorgde moeder en een afwezige vader. Tussen de moeder en haar zoon was veel zorg en betrokkenheid. Volgens de cursist zou de moeder de jongen meer los moeten laten. Toen ze vader vroeg naar zijn visie bleek hij ook te vinden dat moeder te veel betuttelt, maar omdat zij meestal beter weet om te gaan met het gedrag van hun zoon is hij gestopt met het bespreekbaar maken van zijn visie. Dit is een prachtig voorbeeld van homeostase. Het systeem heeft een wankel evenwicht, maar houdt dit in stand. De moeder blijft tuttelen, de vader blijft op afstand en de jongen blijft onzeker. De cursist probeerde de moeder te overtuigen om haar zoon meer los te laten, maar deed dat wel op een hele omzichtige manier, ze wilde deze betrokken moeder vooral niet kwetsen.. Ze liet zich al snel overtuigen door moeder dat de zoon meer ruimte echt niet aankon  en ging zelf ook haar aandacht richten op de zoon. Een helder voorbeeld van hoe een systeem de hulpverlener in haar homeostase trekt. De hulpverlener is nu vast komen te zitten in hetzelfde patroon als van het gezin. De werkrelatie, waarin de hulpverlener in eerste instantie een frisse en goede andere positie had, werkt niet meer en er vindt geen empowerment meer plaats.

Deze valkuil om meer van hetzelfde te gaan doen in gezinnen is levensgroot. Zeker voor helpend ingestelde hulpverleners. En zeker de hulpverlener die in de werkrelatie voornamelijk oog heeft voor de inhoud komt er zomaar in terecht. Juist de hulverlener die de inhoud durft los te laten en oog durft te hebben voor de patronen en interacties die ter plekke spelen en die niet werken gebruikt de werkrelatie empowerend. Dat is wat in de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl ‘de gerichtheid op de vraag achter de vraag’ genoemd wordt. Niet de inhoud vraagt om een reactie, maar de vraag “waarvoor stelt deze cliënt deze vraag aan mij?” óf “wat maakt dat dit systeem hier zelf geen weg uit vindt?” moet  beantwoord worden.

De kracht van de omgeving

Wanneer we nog eens naar dit laatste voorbeeld kijken, een autistische jongen, een overbezorgde moeder en een afwezige vader, dan valt op dat de hulpverlener voornamelijk met moeder en zoon werkt.  De eigen frisse visie van de hulpverlener, die ze helaas heeft laten varen, komt overeen met de visie van vader. Maar ook hij heeft zijn visie overboord gezet. Potentieel heeft dit systeem voorhanden wat er nodig is: liefdevolle betrokkenheid (moeder) en durven loslaten (vader). Maar deze spelers in het veld profiteren niet meer van elkaar. Ze hebben hun stellingen betrokken en zijn niet meer van waarde voor elkaar. Zij kunnen elkaar niet meer helpen in hun kracht te gaan staan. Omdat de hulpverlener in een parallelle situatie terecht is gekomen en ook niet meer in haar kracht staat, kan zij de ouders hier niet meer bij helpen.

Vanuit Welzijn Nieuwe Stijl wil de minister dat hulpverleners eerst kijken naar wat een systeem zelf kan bieden. Niet meer eerst de zorg van professionals, maar eerst kijken wat het netwerk zelf kan.  Een goede ontwikkeling, maar wij scherpen de lijn van Welzijn Nieuwe Stijl aan. Wij beginnen niet bij het netwerk van opa’s, oma’s, buren en vrienden, maar bij het directe gezin waarin de problemen zich voordoen. Dat is immers het systeem dat de cliënt het meest nabij staat en waar de meeste motivatie voor hulp gevonden kan worden. Welke krachten zijn in dit systeem aanwezig, en welke bijdrage kunnen de eigen gezinsleden leveren? En dan zullen hulpverleners vaak systemen tegen komen die in niet werkende patronen  zijn vast komen te zitten. Om hen hier uit te helpen en hen te helpen constructieve patronen te ontwikkelen die wel werken is en blijft een professional nodig. Dat kan geen oma of buurman overnemen. Wel kan dit bredere netwerk ingeschakeld worden wanneer de partners het niet op eigen kracht redden en die hulp kan dan van grote waarde zijn.

Als stelregel kunnen we zeggen dat mensen met problemen met hun systeem vaak in een patroon van niet helpende interacties terecht zijn gekomen. Gericht om elkaar te helpen, dat wel, maar meestal juist meer van hetzelfde. Een overbezorgde moeder creëert vaak een onzeker kind, maar de onzekerheid van het kind roept ook extra zorg van de moeder op. De zorg van de moeder is niet helpend, maar wel begrijpelijk. Ook andere betrokkenen zullen in de omgang  met het onzekere kind gemakkelijk terecht komen in de zorgende rol. Dat is het principe van homeostase. Om hier uit te blijven is het belangrijk dat met name hulpverleners leren in hun kracht te gaan staan en dat zij oog blijven houden voor wat zich werkelijk in het hier en nu tussen hun cliënten en henzelf afspeelt.

Daarom is het ook zo belangrijk dat hulpverleners werken met hele systemen. Juist door te werken met het hele systeem, en daarmee bedoelen wij in eerste instantie het eigen kernsysteem,  krijg je deze niet-werkende interacties in het oog en kun je systemen helpen wel werkende interacties te ontwikkelen en zo weer in hun kracht te komen.

[1]http://www.vrijbaan.nl/upload/alinea_449.pdf

[2]http://www.invoeringwmo.nl/vraag/wat-zijn-de-bakens-van-welzijn-nieuwe-stijl

[3]Man-Mul, A. (2005)  Empowerment. uit: Kintakt

[4]http://www.invoeringwmo.nl/onderwerpen/bakens-welzijn-nieuwe-stijl

Systeemgericht werken is net improvisatietheater

Systeemgericht werken is een belangrijke trend binnen de GGZ, het maatschappelijk werk en de jeugdzorg. Verder kijken dan het individu en naastbetrokkenen betrekken bij de hulp. Wij van het Kempler Instituut Nederland worden daar enthousiast van omdat wij geloven in...

Supervisie: jezelf positioneren in een krachtenveld

Tijdens de supervisies die ik tijdens mijn trainingen aan sociale professionals, jeugdhulpverleners en hulpverleners in de GGZ geef, is me iets opgevallen. Professionals hebben tegenwoordig te maken met heel veel partijen. Je hebt niet alleen meer je contact met je...

In de GGZ en jeugdhulpverlening moet alles korter en sneller

“Alles moet korter, sneller en goedkoper” verzuchtte een deelnemer aan een training. Ze is werkzaam in de GGZ, werkt in een ouder-kind team en voelt de druk van het geld. Ze is niet de enige. Waar ik ook kom, of het nu in een sociaal wijkteam, de GGZ of het CJG is,...

Inspiring professionals

Onderstaand verhaal beschrijft mijn ervaringen als jonge maatschappelijk werkers met de opleiding van het Kempler Instituut. Drieëntwintig jaar oud was ik toen ik als maatschappelijk werker begon. Afgestudeerd en vol idealen! Mensen helpen. Maar man, wat viel dat...

Een puzzel met duizendeneen-stukjes

Persoonlijk hebben we een heel aantal dilemma’s ervaren in het komen tot ons gezinnetje. Met onze professie konden we er (achteraf) gelukkig beschouwend naar kijken en lessen uit trekken. Waar in het vorige blog de aanloop stond naar de context van samengestelde...

Samengestelde gezinnen – Op weg

Dit blog is een eerste stap in aanloop naar een masterclass die wij geven in samenwerking met het Kempler instituut over het werken en leven met en in samengestelde gezinnen. We willen je meenemen op de reis die een samengesteld gezin begint. Want wat is dat nou? Een...

Onze droom…

“De meeste dromen zijn bedrog…” Aan die zin moet ik denken terwijl ik deze blog schrijf. En toch, toch ga ik een blog schrijven over Onze Droom. En wie weet komt de droom wel wat dichterbij met het schrijven van deze blog. Al 37 jaar leiden wij, als Kempler Instituut,...

Verkeerd verbonden

Ervaringsdeskundigheid: verkeerd verbondenIn mijn vorige blog vertelde ik wat openheid en kwetsbaarheid van de hulpverlener voor mij persoonlijk heeft betekend. Ervaringsdeskundigheid van hulpverleners kan in mijn ogen heel veel waardevols bijdragen. Daar hebben we...

Ruimte maken door jouw eigen ervaringen

Ervaringsdeskundigheid In een vorige blog heb ik geprobeerd hulpverleners aan te moedigen hun eigen ervaringsdeskundigheid te gaan gebruiken. Dwars tegen de stroom in. Maar het gebruik van ervaringsdeskundigheid roept ook vragen en tegenwerpingen op onder...

Ervaringsdeskundigheid: openheid over je eigen ervaring!?!

De hulpverlener als ervaringsdeskundigeErvaringsdeskundigheid is in. Binnen de GGZ wordt er steeds meer gebruik gemaakt van ervaringsdeskundigheid. Een goede ontwikkeling, maar waarom zouden we niet een stap verder gaan. Hoeveel professionals hebben niet hun eigen...

Wil jij ook een dag gratis geïnspireerd worden?

Laat jezelf inspireren op een van onze Experience Day’s

Share This