Ruimte maken door jouw eigen ervaringen

Olga van Zijtveld

Wat is het antwoord op de prangende vraag “als ik mijn ervaring inzet, gaat het dan niet teveel over mijzelf?” Een vraag die voortkomt uit een van de meest hardnekkige ideeën onder hulpverleners: Het is niet gepast als ik teveel over mijzelf vertel. Het gaat toch immers niet over mij! De cliënt komt toch met zijn probleem, niet ik, ik moet het allemaal op een rijtje hebben.
De vraag is wat mij betreft dan ook niet, “gaat het teveel over mij?” De vraag is meer, “welke sfeer wil ik neerzetten? Wat is er nodig in dit contact en hoe kan ik daar, met alles wat ik in huis heb, een bijdrage aan leveren.”

Ruimte innemen is ruimte maken!

En ik kan je vertellen, om te ‘herstellen’ is het noodzakelijk om die ruimte te voelen. In die vrije ruimte kun je namelijk ontdekken “wat is mij overkomen, hoe wil ik hiermee omgaan en ‘wat heb ik nodig om hier uit te komen?”
Wat ik veel zie gebeuren binnen de hulpverlening is dat hulpverleners meer gefocust zijn op welk probleem er opgelost moet worden. En wat het probleem en de oplossing is, is vaak gestoeld op het idee van de hulpverlener. De cliënt snapt zelf ook wel dat het niet oké met hem gaat en weet zelf niet goed wat ie eraan moet doen (anders had ie het wel gedaan). Dus zal hij proberen zijn best te doen om wat jij als hulpverlener aandraagt op te volgen. Hierdoor bestaat er een grote kans dat er DRUK ontstaat bij de cliënt om te VOLDOEN aan de verwachtingen van de hulpverlener.
Hierdoor ontstaat de dynamiek ‘gezonde’ hulpverlener wil ‘ongezonde’ cliënt iets leren. De druk om te voldoen vult dan de vrije ruimte op. Ruimte die hard nodig is om zo open mogelijk naar jezelf en je eigen ‘kwetsbaarheden’ te durven te kijken. De hulpverlener wordt dan het ideaalbeeld maar wel een beetje een onbereikbaar ideaal. Openheid van de hulpverlener over zijn ‘gebreken’ levert dus JUIST een bijdrage aan belangrijke vrije ruimte voor de cliënt.

Ik had zelf ook nooit zo stilgestaan bij het effect van openheid van de hulpverlener. Mijn eerste ervaring daarmee was toen ik zelf student was aan het Kempler Instituut. Daar voelde ik voornamelijk wat de kracht was van de, in jouw ogen, sterke anderen (de trainers) die zich heel erg open en persoonlijk opstelden. Ook over zaken die gevoelig lagen. Het creëerde een basis van gelijkwaardigheid waardoor ikzelf ook meer open durfde te zijn. Daar ontstond de RUIMTE om te leren. En die basis van gelijkwaardigheid en ruimte wilde ik graag doorgeven in mijn werk. Dus JUIST ook mijn eigen ervaring van ‘de weg kwijt zijn’ wilde ik in gaan zetten. Practice what you preach. Hoe kon ik van cliënten verwachten om open te zijn als ik zelf mijn eigen ervaringen niet durfde te delen.

Het inzetten van mijn eigen ‘ontwrichtende’ ervaringen was voor mij gevoelsmatig best een stap. Moeilijker dan ‘gewoon’ open zijn. Je moet over een onzichtbare drempel heen waar je alle opsmuk laat vallen. Je zegt tegen je cliënten: “Ik herken mezelf in jou, ik heb ook zo vastgezeten of zit soms nog zo vast”. Ook je collega’s geef je een completer beeld van jezelf door je ervaringen te delen. Best spannend want je wilt niet alsnog met terugwerkende kracht gediagnosticeerd worden. Daarvoor moet je i.i.g. goed op je eigen benen blijven staan! (en dat is te leren).
Juist als wij hulpverleners ook laten zien “ik ken de worsteling” wordt herstellen meer bereikbaar en creëren we ruimte!

Wil je meer weten over het creëren van vrije ruimte door het inzetten van je eigen ervaring? Schrijf je in voor de masterclass op 14 december. 

Share This